bezinning, bezieling, beweging

We zijn allemaal pelgrims 

Hij is helemaal niet zo’n wandelaar maar nu heeft ethiek professor Frits de Lange tóch de wandelschoenen aangetrokken. Voor zijn boek Heilige Onrust sprak hij zoveel enthousiaste pelgrims – soms waren het er wel tien bij een lezing – dat hij aan het Jakobspad is begonnen. Dat pad loopt van Uithuizen tot Hasselt. En komende herfst doet hij een stukje Camino. Vanaf het Franse bedevaartsoord Vézelay. “Nu neem ik er de tijd voor. Ik heb er zin in.”

Het fascineert hem, de immense populariteit van oude pelgrimsroutes onder kerkverlaters en seculiere zoekers, zoals de bekendste, meest zware tocht, die naar Santiago de Compostela. Wat bezielt duizenden mensen om zo af te zien, om zonder slaapplek op weg te gaan en maar af te wachten waar de reis eindigt? De Lange noemt deze postreligieuzen ‘pelgrims 2.0’. Ze zijn niet op weg naar het hiernamaals maar zien de reis zelf als bestemming. Iets wat groter is dan henzelf roept hen om op weg te gaan en om weken – of zelfs maanden – vrij te nemen en te wandelen, wandelen, wandelen totdat lijf en leden lichter worden en gedachten verdwijnen. De pelgrim ervaart zijn leven ten volste. Zijn ziel gaat te voet.

Dat er íets is – noem het God – wat hen daartoe aanzet maakt het dat ze pelgrims zijn en geen gewone wandelaars. Volgens De Lange zijn deze mensen bezig om vanuit het niets religie opnieuw uit te vinden. Veel pelgrims 2.0 gooiden religie overboord, net als hijzelf in zekere zin deed. Hij schudde de geloofsvoorstellingen die hij als gereformeerd jongetje had van zich af. Die ‘geloofsfabriek’ is hij kwijt, vertelt hij.

Als je alle religieuze franje afpelt, zoals u hebt gedaan, wat houd je dan nog over?
“Hoe minder, hoe beter. Spiritueel gezien lijkt mij het een goede zaak dat ons ego leeg raakt. Dat we niks meer te melden hebben. Dan is verbinden met een ander ook gemakkelijker. Ook genieten van de kleine dingen wordt dan gemakkelijker. Dat zie ik als het volle leven. Als jij je eigen kwetsbaarheid inziet, dan sta je ook dichter bij de kwetsbaarheid van anderen. Dat schept een verbondenheid met mensen die dieper kan gaan dan die binnen een geïnstitutionaliseerde gemeenschap. Het betekent niet dat ik God ook overboord hebt gegooid. Dat woordje kan ik nog niet missen.”

Is er dan nog sprake van gemeenschap, bij deze kale geloofsopvatting? 
“Je kunt een pelgrimage ook als een vorm van gemeenschapsvorming beschouwen. Het is een misverstand dat een pelgrimage alleen om de eigen ziel gaat. Je gaat wel voor jezelf, maar je gaat niet alleen. Je deelt veel met elkaar, alleen is van tevoren nog niet bekend wat dat is. Je moet maar afwachten wat het wordt. Dat vind ik ook sterk aan de Pinksterpelgrimage. Je kent elkaar niet, maar gaat samen onderweg. Daar kunnen hele mooie verbintenissen door ontstaan. Dat begrijp ik van mensen die de Camino hebben gelopen.”

En nu voelt u zich dus ook geroepen om af te zien. Wat verwacht u?
“Ontreddering. In ons normale leven hebben we alles erg op orde. Als je gaat pelgrimeren word je geconfronteerd met je afhankelijkheid van anderen. Van het weer, of je fit bent, of er anderen zijn die je willen helpen als je een toilet zoekt. Daar moet je dan op vertrouwen. Ik liep ergens bij Wirdum en was de bushalte kwijt. Voor je het weet ben je weer twee kilometer aan het lopen voor dat je die halte hebt gevonden. Dan is het fijn dat iemand je aanspreekt en je helpt. De vriendelijkheid van mensen die je tegenkomt is enorm. Pelgrimeren vergroot je vertrouwen in de mensheid en verkleint jezelf. Het doet je ego krimpen. Daar kijk ik naar uit.”

U zegt, de essentie van ons mens-zijn rust in het feit dat íets maakt dat we de ene voet voor de ander willen blijven zetten. Zoals de pelgrim doet.
“Het is een niet te stillen onrust die ons in ons leven in beweging zet. Die onrust noem ik heilig.”

U houdt zich als ethicus veel bezig met ouderen. Wat hoort u van hen terug over levenskunst? Wat roept hen aan het einde van hun reis om in beweging te komen? 
“In de meest tragische gevallen is er niets dat hen roept. Maar meestal is er toch íets. Het buurkindje dat zwaait, een hondje, iets ondernemen. Een verwacht of juist onverwacht bezoek. De voorjaarsbloem die bloeit. Ik sprak laatste een vrouw van dik in de negentig. Ze zei: ‘Ik ben wel aan het afvinken maar ik geniet nog altijd van het leven hoor.’ Het leven overkomt ons. Genade kan in de kleinste dingen zitten.”


Frits de Lange is hoogleraar Ethiek aan de Protestante Theologische Universiteit in Groningen en buitengewoon hoogleraar Systematische Theologie aan de Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika. De Lange schreef onder meer Heilige Onrust – een pelgrimage naar het hart van religie (2017), Licht en zwaar; Voor zwevers en andere spirituelen (2013). Tijdens de bijspijkerdagen van 2019 geeft hij een lezing over dit thema.

Dit artikel verscheen eerder in Doopsgezind Haarlem, april/mei 2019 en werd geschreven door freelance journalist Nynke Sietsma.

Foto: Betty van Engelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

3 × vijf =