bezinning, bezieling, beweging

Wat ben ik jong

Ik zie een boom. Een stam met takken, takjes, naalden.
Wat zou ik jong zijn als het daarbij bleef.
Maar ’t is een lariks, hij beweegt zijn lange armen
met draperieën en hij danst en rouwt.
Wat ben ik oud.
Ik zie de zee, het water danst tot aan de horizon.
Daar blijft het bij: het doet me denken aan de zee.
Wat ben ik jong.

M. Vasalis, Vergezichten en gezichten

Om iemands persoonlijkheid te testen gebruikt een psycholoog vaak de methode om hem of haar een boom te laten tekenen. Daaruit valt veel af te lezen hoe iemand in het leven staat, hoe stevig zijn of haar wortels zijn en hoe een mens zich ontplooit. Dat kan verrassende inzichten opleveren over hoe iemand is. Ik zie hetzelfde gebeuren in dit prachtige gedicht van Vasalis, die overigens zelf als beroep psychotherapeute was.

Wat zou ik jong zijn

De mens die hier kijkt, herkent zichzelf in de stevige stam die zich ontvouwt in takken, kleine takjes en naalden: een prachtig spel van verfijning dat een harmonisch beeld oproept van schoonheid die zich vertakt van groot tot klein. Je kunt je voorstellen dat je door te kijken naar zo’n boom jezelf weerspiegeld ziet als een gelukkig mens die in grote eenheid met zichzelf verkeert. Het is iets om jaloers op te zijn en dat horen wij dan ook in de woorden ‘wat zou ik jong zijn als het daarbij bleef’. Inderdaad is het heel aantrekkelijk om altijd te verkeren in zo’n wereld waarin de grote en kleine dingen mooi op elkaar zijn afgestemd en dus een mooie toekomst doen vermoeden…

Maar, om bij het beeld van de boom te verblijven, zo vergaat het de lariks niet want deze naaldboom verlies hier in West-Europa zijn naalden. Zij worden, in de woorden van het gedicht, draperieën die bewogen worden door de wind en een trieste aanblik vormen: ‘hij danst en rouwt’.

Ons gedicht schildert de teloorgang van de prachtige boom en wie ernaar kijkt ziet en komt tot de bevinding dat ook zijn of haar eigen leven niet altijd mooi en jong, fris en harmonisch blijft, maar verpaupert en zijn schoonheid en jeugd verliest: ‘wat ben ik oud.’

Wat ben ik oud

Hiermee wordt een heel herkenbare ervaring opgeroepen: wij worden ouder en verliezen de schoonheid en frisheid van onze jeugd en het is maar de vraag hoe of je daarmee omgaat.

Mensen worden door het verdwijnen van het vertrouwde op zichzelf teruggeworpen

Maar niet alleen het natuurlijke proces van ouder worden wordt ons voor de geest geroepen, maar ook heel onze vertrouwde werkelijkheid die verandert. Wij verliezen mensen in ons leven, worden geconfronteerd met wijzigingen in onze leefsituatie of raken onze baan kwijt. Kortom: er kunnen heel wat veranderingen in ons leven plaatsvinden die ons voor het feit stellen dat wij niet meer de oude zijn en de omstandigheden waarin wij leven niet langer vanzelfsprekend zijn en we eigenlijk met lege handen staan. In mijn eigen leven als kloosterling bevind ik me in een overgangssituatie: het aantal broeders neemt af en hoe in de nabije toekomst er in ons leven eruit gaan zien is onzeker, maar toch wil je je niet verzetten tegen deze nieuwe realiteit.

Hoe hiermee om te gaan? Er zijn veel mensen die vasthouden aan het oude en vertrouwde en met argwaan kijken naar ‘wat hun wordt aangedaan’, zij raken in verwarring en in veel gevallen levert het spanning, onbehagen en isolement of eenzaamheid op. Mensen worden door het verdwijnen van het vertrouwde op zichzelf teruggeworpen. Zij dansen met hun eigen schaduw en rouwen… In het gedicht van Vasalis blijft de mens die hier aan het woord is in zekere zin steken bij de buitenkant. Hij ziet de teloorgang van de schoonheid van de boom die een dansende beweging maakt met zijn lage armen en in rouw terecht komt totdat hij naar de zee kijkt waar het water danst tot aan de horizon.

Ik zie de zee

Opeens komt er een andere beweging in beeld: niet het staan van de boom die langzaam maar zeker haar pracht en glinstering verliest, maar het niet ophoudende bewegen van het water van de zee, het zich telkens vernieuwende dansen van de golven bepaalt nu ons zien. Ook dat kan een spiegel voor ons zijn. Het kan zijn dat er in het aandachtig schouwen van het dansende water een diepere manier van kijken in ons wakker wordt, een opnieuw geboren worden wellicht uit het oer-water dat ons schoon wast en ons in contact brengt met de echte levensstroom en levensadem, met onze ziel.

Rustig en aandachtig kijken kan een heel bijzondere werking op ons hebben

Het rustig en aandachtig kijken naar dit prachtige gebeuren kan een heel bijzondere werking op ons hebben en je moet dit uit eigen ervaring beleefd hebben om het te verstaan. Hierbij gaat het niet om iets wat wij begrijpen, maar om datgene wat langzaam maar zeker grip op ons krijgt. Het is wellicht niet goed in woorden uit te drukken, maar misschien zijn woorden als verlangen, oneindigheid, eerbied en verwondering toereikend om iets van die diepe ervaring aan te duiden.

Ook een soort omkering heeft er plaats: de werkelijkheid is zoveel groter dan wijzelf. Wij maken er deel van uit, worden erdoor gedragen en ontvangen misschien een besef van diepe geborgenheid. Iedereen zal dat op zijn of haar eigen manier onder woorden proberen te brengen, maar het is zoals het gedicht het verwoordt; ‘daar blijft het bij’.

Moet je eigenlijk zeggen dat je niets anders hoeft te doen dan daar bij te blijven, bij het geworteld en gedragen worden, ja, bij een nieuwe geboorte? Wat er ook gebeurt in mijn leven of welke nieuwe werkelijkheid zich ook zal aandienen, dit is wat er blijft: dat ik mij gedragen weet, dat mijn ziel gekend en gezien wordt en ik dus eigenlijk voor niets hoef te vrezen. Het is zoals Paulus schrijft in zijn brief aan de kerk van Rome: ‘wie zal ons scheiden van de liefde van God die ons in Jezus verschenen is?’ Dit besef houdt ons jong, hoe oud we ook zijn.

Wat ben ik jong

Ik moet hierbij denken aan wat  de mystieke denker Meester Eckhart ooit schreef:

Mijn ziel is zo jong
als op de dag dat hij geschapen werd,
ja en nog veel jonger.
Ik zeg je, ik zou beschaamd staan
als hij morgen niet jonger zou zijn dan vandaag.

Wanneer men duizend jaar lang
aan het leven vroeg: waarom leeft ge?
dan zou het, als het al antwoorden kon,
alleen maar zeggen: ik leef om te leven.

Wie op alle plaatsen thuis is,
die is aan God gewaagd.
En wie door alle levenstijden heen
één en zichzelf wordt,
hem is God hier en nu.
In wie al wat geschapen is
tot zwijgen komt,
in hem baart God zijn zoon.


Henk Jongerius (1941) is dominicaan, publicist en meditatieleraar. Hij werkte jarenlang voor de liturgische en Bijbelse vorming van vrijwilligers in het pastoraat. In het klooster begeleidt hij de retraite bijeenkomsten op de eerste vrijdag van de maand.

Op de blogpagina van Klooster Huissen kunt u verschillende online miniretraites met Henk Jongerius terugkijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *