bezinning, bezieling, beweging

Licht dat ons aanstoot

Licht dat ons aanstoot in de morgen
voortijdig licht waarin wij staan
koud, één voor één en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen
zo zwaar en droevig als wij zijn
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waar leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Alles zal zwichten en verwaaien
wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
en van ons doen geen daad beklijft.
Veelstemmig licht om aan te horen
zolang ons hart nog slagen geeft.
Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van hem die leeft.

Van de oude kerkvaders is bekend dat zij het geheim van God heel vaak met ‘licht’ aanduiden en in dit lied word ik door Huub Oosterhuis meegenomen om alle kleuren van dat licht zorgvuldig tot mij te laten doordringen. Daarbij helpt me de mooie gedragen melodie die Antoine Oomen ervoor heeft gemaakt.

Eerst is daar het ‘voortijdig’ licht, waarin ik hoor dat vóór alles wat bestaat en tot leven is gekomen er het woord klinkt in het scheppingslied ‘er zij licht’, en daarin bevinden wij ons van meet af aan koud en ongeborgen, als mensen die eigenlijk het daglicht nog niet kunnen verdragen, maar erdoor overdekt moeten worden om niet langer doelloos en onvindbaar te zijn.

Dat is de wereld waarin mensen zwaar en droevig bestaan, omdat er nog geen verbinding met anderen is. Het leven waarin wij uit elkaars genade vallen, geen broeders en zusters voor elkaar zijn maar eigenlijk anoniem leven. Wie herkent zich niet in die beelden? Hoeveel mensen zijn er niet die in duisternis leven, in oorlog, in concurrentie en strijd met elkaar? Het is alsof ze nog niet tot echte mensen geboren zijn die hoeder en herder zijn voor elkaar…

Maar het licht houdt aan en wordt langzaam maar zeker de bestuurder van de stad waar mensen, zoals het heet in psalm 122, ‘schouder aan schouder’ met elkaar leven. Het licht wordt de kracht die mensen met elkaar gaat verbinden en de ogen opent voor elkaar. Niet langer ben je dan ontheemd, maar kinderen van één Vader die elkaar gaan kennen bij name en zo het leven en samenleven mogelijk maken. Het voortijdige licht is een verwarmend vaderlijk licht geworden – misschien ook wel moederlijk – waarin wij kwetsbaar, als kinderen, kunnen leven. De vreugde kan ontwaken waarin wij een naam hebben en krijgen zoals van de Adam geschreven staat dat hij een naam gaf aan alles om hem heen. Ieder mens is derhalve uniek en wordt aangesproken in zijn of haar eigen naam die niemand meer van hem kan afnemen: wij mogen er zijn!

Zonder dit licht is het geen leven en zal alles weer verworden tot chaos en duisternis, een wereld waarin wij elkaar niet meer verstaan maar ieder voor zich leeft en er geen duurzame vrede tussen mensen kan ontstaan.

God zij dank staat tegenover het gekrakeel van mensen het veelstemmige licht dat het mogelijk maakt dat iedereen met zijn eigen stem en taal gehoord mag worden, zolang wij ons laten beschijnen door het licht: het geheim van God die er zal zijn zoals Hij er zal zijn. Het is in ‘de liefste der mensen’ dat dit licht voor ons blijft opgaan en daarom wordt van Jezus gezegd dat Hij het licht voor deze wereld is. Hij verbindt ons met het eerste en het laatste woord van God dat ‘licht’ heet.

Het is het lied van schepping en herschepping dat ons zingenderwijs in de mond wordt gelegd, een gebeuren dat overigens in ons leven telkens weer plaats kan vinden. Ons leven beweegt zich altijd tussen chaos en ordening, tussen anonimiteit en met name genoemd worden, tussen geïndividualiseerd en werkelijk samen leven, tussen eenzaam zijn en gemeenschap ervaren. Je mag ook zeggen dat er in dit lied van de oude Adam naar de nieuwe Adam wordt gezongen en daarmee tekent zich onze levensweg af.

Telkens als wij het zingen voert dit lied ons weg uit die oude wereld van haat en venijn om binnen te gaan in de dag ‘die de HEER voor ons gemaakt heeft’ zoals wij op Paasmorgen zullen zingen. Een lied van uittocht en intocht, een lied dat ons uit de duisternis waarin wij telkens weer kunnen vervallen opricht om te leven in het licht van de nieuwe dag.

In de lofzang van Zacharias wordt er gezongen over God dat Hij als de dageraad over ons zal opgaan. Het is het diepe geheim van LICHT dat ons opwekt om het leven nieuw tegemoet te gaan, om elke dag van ons leven ‘uit God geboren te worden’ zoals de apostel Johannes heeft geschreven in zijn eerste brief: ‘God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis. Als wij zeggen dat wij met Hem verbonden zijn, terwijl wij onze weg gaan in de duisternis, liegen wij en doen wij de waarheid niet. Maar als wij onze weg gaan in het licht – zoals Hij zelf in het licht woont – dan zijn wij met elkaar verbonden en reinigt het bloed van zijn Zoon Jezus ons van elke zonde.’


Tekstlezing van Henk Jongerius o.p. Hij is Dominicaan, dichter en begeleider van o.a. de maandelijkse vrijdagretraite www.kloosterhuissen.nl. Een retraitedag om te herademen en bij je bron te komen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *