bezinning, bezieling, beweging

Kerk en klooster als veldhospitaal

Het is misschien niet moeilijk, maar wel extreem ongemakkelijk te beseffen dat je alles steeds opnieuw moet ontvangen. Het voelt aanzienlijk gemakkelijker jezelf te kunnen zien als iemand die bezit te beschermen heeft.
Of – de fatsoenlijke variant- 
als iemand die dit bezit niet al te zeer mag beschermen omdat anderen ook recht hebben op hun deel. Het is vele malen pijnlijker om werkelijk te bedenken en tot je door te laten dringen dat je bij degenen hoort tegen wie anderen zichzelf beschermen, dat je gezien wordt als een inbreker, of in ieder geval een spelbreker die op een afstand moet worden gehouden. En dat dit niet ten onrechte is. Toch prijst Jezus juist deze mensen in het evangelie ‘zalig’.

Daarom maakte het eerste document dat paus Franciscus publiceerde, de apostolische exhortatie Evangelii Gaudium, zo’n indruk. Hij schreef hierin klaar en duidelijk dat hij de voorkeur geeft aan een gewonde kerk, een kerk die pijn lijdt en die vuil is omdat zij zich buiten op straat begeeft, boven een kerk die ongezond is omdat ze zich opsluit en zich vastklampt aan haar eigen veiligheid. Hierbij sloot hij aan bij een grondtoon van het evangelie: het gaat niet om wat je hebt en weet te behouden, het gaat om wat je krijgt en weet te ontvangen. Maar jezelf beschouwen als gewond, als pijn lijdend en ook nog als vuil, dat is niet bepaald gemakkelijk of geruststellend. Het betekent dat je niet zozeer iets te geven hebt, maar beseft dat je iets moet krijgen.

Tot onze ware proporties teruggebracht

Kunnen wij ernaar verlangen om ons vuil te maken? Als we het zouden kunnen, kan dit ons op een nieuwe manier in contact brengen met wat het fundament is van onze hoop: een God die zichzelf met het vuil identificeerde om zo alles, werkelijk alles de kans te geven schoon te worden.

Maar kunnen we het? Kunnen wij werkelijk ervan afzien onszelf groot te maken? Waarschijnlijk is het nodig dat wij steeds opnieuw door het onverwachte worden overvallen en tot onze ware proporties worden teruggebracht. Dan hoeven we dat alleen maar te verwelkomen, alleen maar even onze angst opzij te zetten en open te doen.

Hiermee ligt de vraag op tafel hoe wij onze hedendaagse cultuur eigenlijk zien. Beschouwen wij de wereld waarin wij leven als een redelijk geordende plaats waar – toegegeven – af en toe dingen flink mis dreigen te gaan en waar wij dan spreken van een crisis, maar waar het er vooral op aankomt de bestaande orde te versterken, te herstellen en verder uit te bouwen? Of zien wij haar als oorlogsgebied waar mensen verminkt raken, dieren- en plantensoorten worden uitgeroeid en de aarde op tal van plaatsen effectief onbewoonbaar wordt gemaakt – ook al wonen er zelfs op deze plaatsen meestal nog mensen en weten ook andere schepselen zich vaak op wonderbaarlijke wijze te handhaven? Volgens de boodschap van paus Franciscus bij gelegenheid van Wereldvredesdag 2017 zijn wij ‘in de greep van een afschuwelijke wereldoorlog die in stukjes en beetjes wordt uitgevochten’.

Een veldhospitaal net na een slag

Kort na het begin van zijn pontificaat gebruikte paus Franciscus een opmerkelijk beeld voor de kerk dat hierbij aansluit. In een gesprek met de jezuïet Antonio Spadaro zei hij haar ‘een beetje’ te beschouwen als ‘een veldhospitaal net na een slag’. Hiermee stelde hij allereerst vast wat in zijn visie prioriteit heeft: barmhartigheid gaat in de kerk boven alles. Vóór alles moet de kerk Gods barmhartige nabijheid zichtbaar maken en de wonden van de mensen helen. De aansporing zich te houden aan bepaalde regels en uitgangspunten en wat dat precies voor verandering impliceert in hun levenswandel, dat komt daarna pas. “Het heeft geen zin”, zei de paus, “aan een zwaargewonde te vragen hoe hoog zijn cholesterolgehalte is en hoe het zit met zijn suikerspiegel. Men moet eerst zijn wonden helen, pas nadien kan men over de rest praten.”

Aan de vooravond van het buitengewone jubeljaar van de barmhartigheid, dat op persoonlijk initiatief van de paus plaatsvond en duurde van 8 december 2015 tot 20 november 2016, verscheen opnieuw een interview waarin Franciscus zei dat het voor de wereld van groot belang is dat zij Gods barmhartige vaderschap ontdekt. Hardheid en veroordelingen zijn niet de weg vooruit. Hierbij gaf hij toe dat ook de kerk zichzelf vaak tot dit laatste beperkt en ten prooi valt aan de bekoring ‘uitsluitend morele normen te benadrukken’.

Ook in wat vaak niemandsland lijkt, woont God onder de mensen

Minder aandacht echter kreeg het beeld van de wereld dat spreekt uit de metafoor van het veldhospitaal dat de paus voor de kerk gebruikt. “Hoeveel gekwetste en vernietigde mensen!” verzuchtte de paus in hetzelfde interview. Hij vergeleek de kerk met het licht van een vuurtoren dat de haven markeert voor schepen op ruwe zee en met ‘een fakkel die te midden van de mensen wordt gedragen om hen te verlichten die de koers zijn kwijtgeraakt of zich in stormachtig weer bevinden’.

De kerk en het kloosterleven horen midden in deze donkere en gevaarlijke wereld thuis. Daar is het haar taak mensen die op haar vele grenzen en breuklijnen verkeren, zo mogelijk te verbinden en zich in ieder geval met hen te verbinden. Zo getuigt zij ervan dat ook wat vaak een niemandsland lijkt, een plaats is waar God onder de mensen woont.

Een grondtoon van het evangelie: het gaat niet om wat je hebt en weet te behouden, het gaat om wat je krijgt en weet te ontvangen. Maar jezelf beschouwen als gewond, pijn lijdend en vuil is niet bepaald gemakkelijk of geruststellend.

Vóór alles moet de kerk Gods barmhartige nabijheid zichtbaar maken en de wonden van de mensen helen. Pas daarna volgt de aansporing dat mensen zich houden aan bepaalde regels en uitgangspunten en wat dat precies voor verandering impliceert in hun levenswandel.


Erik Borgman, hoogleraar publieke theologie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *