bezinning, bezieling, beweging

Ik mocht er zijn

De begeleiders van de herstelweken, Margreet Roos en Pete Pronk, lopen bij me langs. Een van de gasten in het klooster wil graag een gesprek. Ik voel meteen dat dit verzoek belangrijk en bijzonder is. Even later komt Frans mijn kamer binnen. We geven elkaar een knuffel en hij vertelt zijn levensverhaal. Een verhaal waar ik stil van word. Een tijd later spreek ik hem weer, nu met zijn vrouw Esther. Een bijzonder verhaal van donker en licht.

Frans zegt meteen dat hij niet positief is over de GGZ en dat deelname aan de herstelweken hem enorm geholpen heeft. Hij is vanaf zijn achttiende in behandeling bij vele psychologen en psychiaters en dat heeft hem niet echt geholpen, zegt hij. Hij voelde zich heel vaak niet gehoord door de hulpverleners.

“Als ik over mijn doodswens sprak reageerden ze vaak met stiltes, of vroegen ze wat zij hiermee moesten.

Als ik weer een onervaren hulpverlener had, raakte die soms zelf in paniek. Als ik een keer een goede hulpverlener had, dan stopte deze behandeling weer door allerlei regels. Elke keer als ze niet naar me konden luisteren, kwam ik dichter bij de dood. Maar ik wilde niet dood. Ik wilde niet meer op deze manier verder leven. Het was een roep om hulp.”

Frans heeft een heftige jeugd gehad, met misbruik en mishandeling gedurende vele jaren. Dat heeft hem beschadigd. Zijn vertrouwen in mensen verdween en iemand aanraken of aangeraakt worden werd enorm lastig. Hij schaamde zich voor wat hem was overkomen en hield het voor zich en raakte steeds meer geïsoleerd. De drempel om zijn jeugdervaringen te delen is te hoog. Dit eist zijn tol. “Ik zit gevangen in mijn levensnet”, zegt Frans, “en daar kom je niet meer uit.” Hij is vaak somber en depressief en van tijd tot tijd ook suïcidaal. Pas als hij 32 jaar oud is durft hij te praten. Als Frans de veroorzaker van dit leed durft te confronteren, is het heftig, maar het vormt het begin om erover te praten.

Frans kon veel dingen, en ook zijn doodswens, met zijn moeder delen. Die band was zeer liefdevol. Als zij in 2008 overlijdt en er in die tijd meerdere dierbaren overlijden, volgt een heftige tijd. Frans neemt ten einde raad contact op met de levenseindekliniek. Na een aantal behandelingen verwijst een behandelaar Frans door naar de geestelijke verzorger Regine Folbert.  Met haar heeft hij meteen een klik. Frans had fijne gesprekken met Regine en hij kon haar vertellen over zijn doodswens. Het vertellen van zijn levensverhaal aan haar schept een band van vertrouwen. “Bij Regine deed ik ertoe. De mensen uit de GGZ konden me niet helpen. Ze konden niet naar me luisteren, terwijl dat voor mij het medicijn is.”

Herstelweken

Regine stelt Frans voor om deel te nemen aan de herstelweken in Huissen: een week in het klooster voor mensen uit de GGZ, onder leiding van Margreet Roos en Pete Pronk. Frans was eerst sceptisch. Zijn verhaal vertellen aan vreemde mensen en een hele week in een klooster, dat is nogal wat. Frans besluit toch deel te nemen. “Toen ik aankwam zeiden Margreet en Pete tegen me dat het fijn was dat ik er was. Ik wist niet of ik dat kon geloven. Het begin van de week was ongemakkelijk. Ik trok me eerst terug, maar na een paar dagen veranderde er wat. De verhalen van anderen hielpen me. Ik was niet de enige. Ik maakte een lange wandeling met begeleider Pete. Hij vroeg me niet veel maar vertelde zijn levensverhaal en liet zijn kwetsbare kant aan me zien. We hebben samen gehuild en gelachen. Toen kon ik mijn verhaal ook vertellen. Ik vertrouwde hem en mocht er zijn. Ik deed mijn verhaal en dat deed me goed. Toen ik aan het eind van de week hoorde dat andere deelnemers die ook depressief of suïcidaal waren, veel aan mijn verhaal hadden gehad, gaf me dat een boost. Het was voor mij een fantastische week en dat hielp me meer dan vijf jaar therapie. Aan het eind van de week ging ik zeer voldaan naar huis.”

,,Een jaar later mocht ik voor de tweede keer meedoen aan de herstelweek. Ik voelde me vanaf het  begin prettig in de groep en kon me snel kwetsbaar opstellen. Deze weken deden me erg goed. De aandacht hielp me, en ook het contact met mensen in de groep die allemaal veel hebben meegemaakt in hun leven. Deze weken hielpen me meer dan alle therapie tot nu toe.”

Samen

Een paar jaar geleden ontmoette Frans Esther, waarmee hij inmiddels is getrouwd. “Bij onze ontmoeting pakten we elkaars hand en dat voelde erg fijn.” Al snel stond Esther met een Mariabeeld voor Frans zijn deur en trok bij hem in. Esther heeft ook het nodige meegemaakt in haar leven. Sinds hun ontmoeting hebben ze heel veel gepraat, over zichzelf en over hun geloof en ze doen dat nog steeds. Frans kan zijn kwetsbare kant aan Esther laten zien. Esther heeft geleerd om om te gaan met de somberheid van Frans. “Als Frans heel somber is schrik ik soms, maar ik voel ook vertrouwen en onvoorwaardelijke liefde”, zegt Esther. “We beseffen dat we gezegend zijn.”

“Voor mij is het essentieel dat ik alles kan delen met Esther. Ik hoor van heel veel lotgenoten dat ze niemand hebben om te delen hoe het echt met hen gaat. Ze leven met een partner of familie die de somberheid en de doodswens niet begrijpen en niet kunnen luisteren. Dan raken ze geïsoleerd. Ik raad hen aan om toch te praten en je verhaal te delen. Wees eerlijk naar jezelf en stel je kwetsbaar op. Ik raad hen ook aan om contact te zoeken met bijvoorbeeld een geestelijk verzorger. Ook als je niet gelooft kan hij of zij je helpen, zoals ook bij mij is gebeurd. En ik raad iedereen aan om mee te doen aan de herstelweken in Huissen.”

Dankbaar en gezegend

“Ik voel me nog steeds dagelijks somber, maar ik kan leven met mijn chronische depressiviteit. Sinds ik dat ongeveer zes jaar geleden heb geaccepteerd, is er licht en ruimte ontstaan. Ik schaam me er niet meer voor. Mijn doodswens is op de achtergrond geraakt en mijn depressie is onder controle.” Hij is trots op hoe hij nu in het leven staat. Inmiddels vertelt Frans zijn levensverhaal graag en wil hij als ervaringsdeskundige anderen helpen. “Veel mensen kunnen worden geholpen met de juiste aandacht en hulp.

Mensen die kunnen luisteren zijn essentieel. Dan mag je er zijn en dan doe je ertoe.”

In de herfst is Frans in de kapel van het klooster gedoopt en is het huwelijk van Esther en Frans gezegend door Henk Jongerius. Het was een ontroerend samenzijn. Het was heel bijzonder om samen met Pete achter Frans te staan als doopgetuigen. De Geest waait waarheen ze wil. “We zijn blij en dankbaar dat we ze ons nieuwe leven en ons geloof, waaruit we veel kracht hebben gehaald, mogen vieren. Ik ben dankbaar en trots hoe het nu met me gaat. Ik ben nu 54 jaar en sinds twee jaar gelukkig.”


Aalt Bakker, directeur van Stichting Dominicanenklooster Huissen.

Foto: Betty van Engelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.