bezinning, bezieling, beweging

Ik ben volkomen overbodig en volkomen onvervangbaar

Ruimte. Veel meer ruimte.

Ruimte om te wandelen, te lezen, piano te spelen, te niksen. Eenvoud. Dat is één kant van mijn leven van de afgelopen weken. Ik ben daar blij mee en voel me een bevoorrecht mens. Maar er is ook een andere kant: het werk waar ik zo van houd ligt stil, en de toekomst is ongewis. 
Ik hoor meer mensen die eigenlijk wel blij zijn met de ruimte die ze ongevraagd gekregen hebben. En tegelijk is voor veel mensen deze periode heel lastig, onzeker en zelfs traumatisch. Die verschillende ervaringen bestaan naast elkaar.

Overigens ben ik tussen het niksen door ook heel productief geweest. Ik heb plantjes in de tuin gezet, de schuur opgeruimd, uren in de keuken gestaan. En ik heb, begin april, duizenden columns geschreven, over geluk. Duizenden? Ja, echt, duizenden! Daar kwam ik overigens pas later achter, ik dacht zelf dat ik er één geschreven had, voor onze vorige nieuwsbrief. Tot ik de reacties erop las. Sommige mensen waren er heel blij mee, die voelden zich erdoor geïnspireerd, bemoedigd. Anderen reageerden verontwaardigd of geïrriteerd. Er was iemand die mij iets kwalijk nam, waarvan ik dacht: maar dat heb ik helemaal niet gezegd, hoe kan dat nou? Maar ze had gelijk, het stond er wel, al had ik het heel anders bedoeld dan hoe zij het had gelezen. Al met al leerde het mij: mensen lijken mijn column te lezen, maar ze lezen allemaal een eigen column. En al die columns bestaan naast elkaar.

Twee mensen die samen een film zien, zien allebei een andere film.

En zo is het met alles. Twee mensen die samen een film zien, zien allebei een andere film. Twee mensen die tegelijkertijd onze opleiding volgen, volgen ieder een totaal andere opleiding. Twee mensen die hetzelfde lied horen, horen een ander lied. Twee mensen die hetzelfde lied zingen, zingen ook ieder een ander lied. Zelfs twee mensen die dezelfde toon zingen, zingen een andere toon. Het bestaat allemaal naast elkaar.

En het heeft allemaal ruimte nodig. De grote kunst van samenleven is precies dat: kunnen we het allemaal ruimte gunnen, iedere ervaring van ieder mens? En ik denk: dat begint in onszelf; kunnen we al onze eigen ervaringen ruimte gunnen? Kunnen we alles in onszelf aanzien? Kunnen we steeds weer denken in termen van: én én, in plaats van óf óf? Kunnen we al onze voorkeuren loslaten?

Én én
Verlangen kan én opwindend zijn én frustrerend.
Een offer doet én pijn én geeft ruimte.
Je kunt én depressief zijn én iets te bieden hebben.
Je kunt én onzeker zijn én een besluit nemen.
Je kunt én bang zijn én moedig.
Én onbeschrijflijk verdrietig én dankbaar.
Misschien is het wel zo dat én jij gelijk hebt én ik.

Ik ben én volkomen overbodig én volkomen onvervangbaar. Deze laatste zin las ik onlangs in een biografie over de neuroloog Oliver Sacks, een excentriek en creatief man die van alles in zichzelf verenigde. Hij was ooit excessief drugsgebruiker, een onbesuisd motorrijder, hij kende periodes van totale blokkade en van grote productiviteit, hij kon zich beurtelings geheel afsluiten en onafgebroken aan het woord zijn, en als hij ergens dineerde at hij eerst in hoog tempo z’n eigen bord leeg en begon daarna onaangekondigd aan de borden van z’n disgenoten. Hij was briljant en bij vlagen heel onzeker. Hij was eigenlijk meer in mensen geïnteresseerd dan in wetenschap. En hij was gefascineerd door de diepgaande heilzaamheid van muziek, juist ook voor wat hij noemde ‘versplinterde mensen’. In Musicofilia, zijn prachtige boek over muziek en het brein, schrijft hij onder meer over het paradoxale effect van klaagzangen: ‘Terwijl je leed en smart door zulke muziek intenser beleeft, brengt ze tegelijkertijd troost en verlichting.’ Ook een mooi voorbeeld van én-én-denken.   

Net als misschien wel iedereen zoek ik naar de betekenis van de corona-crisis. Kunnen we hier als samenleving beter uitkomen dan we erin gegaan zijn? Is er hoop? Ik vermoed dat een deel van de antwoorden alleen te vinden is door én-én-denken. Door te oefenen om alles te aanvaarden, alles ruimte te geven. En ik geloof diep in het vermogen van muziek, van zingen, van stembevrijding, om ons daarbij te helpen. Want wie vrij-uit durft te zingen komt in een grotere ruimte terecht, waarin dan ineens veel meer naast elkaar blijkt te kunnen bestaan. Ik wens het ons allemaal en de hele wereld nu toe: dat we steeds weer vrede sluiten met alles wat er in ons leeft, en dat we dat op onze eigen manier en op ons eigen moment ruimte geven, naar buiten brengen. Zonder terughoudendheid én respectvol. En dat we zo ook steeds meer ruimte krijgen voor elkaar, om naar elkaar te luisteren, om naast elkaar te bestaan, in een onbevattelijke harmonie waarin alles welkom is.

Ruimte wens ik je toe.
Steeds meer ruimte. Jan Kortie


Jan Kortie is stembevrijder en verbonden aan het Centrum voor Stembevrijding (www.centrumvoorstembevrijding.nl). Meerder malen per jaar begeleidt hij in het Dominicanenklooster Huissen kennismakingsworkshops stembevrijding en avonden Mantrazingen.

Reacties (1):

  1. Connie Wasmus-Brand

    26 mei 2020 at 22:25

    Dank je wel Jan,
    Ik hoop dat ik de ruimte een keer kan vinden of misschien kan toestaan.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *