bezinning, bezieling, beweging

Exoneratie en verzeihen

In ons werk als contextueel counselor gaan we op zoek naar heling van familierelaties. Wat moet er gebeuren zodat mensen kunnen leven met de schade die is toegebracht? Vaak is dit een onrecht dat onherroepelijk gevolgen heeft gehad, of nog heeft, in beider leven. Hoe moet deze pijn aan het verleden gedragen worden en wat geeft werkelijk nieuwe ‘lucht en ruimte’? Wat helpt om de rekening van het verleden niet door te schuiven naar de volgende generatie? We spreken dan niet over vergeven, wat in zeker opzicht vaak een te groot woord is, maar houden het bij wat in het Engels exoneratie wordt genoemd of in het Duits verzeihen. Beide woorden zijn moeilijk naar het Nederlands te vertalen. 

Exoneratie: een hertaxatie die zoekt naar vrije ruimte

Onrecht drukt op de balansen in de relatie van de betrokkenen en dit gebeurt vaak onbewust ook over generaties heen. Exoneratie is een proces waarbij de betrokkene een onderzoek doet naar de omstandigheden waarin iemand hem of haar onrecht heeft aangedaan zonder compensatie te zoeken voor dit onrecht. Zo kan hij vrij worden van de drang naar genoegdoening.

Onrecht drukt op de balans in de relatie

Wat kan ik doen met de last van het mij aangedane onrecht in de relatie tot mijn ‘schuldenaar(s)’? Een passend gesprek aangaan, allereerst met derden. In zo’n gesprek gaat het dan om te onderzoeken wat destijds de omstandigheden waren, de feiten, die mede hebben bepaald dat de schuldenaar heeft gehandeld zoals hij of zij heeft gehandeld. Niet om dat onrecht of de schuld ‘goed te praten’, onrecht blijft onrecht. Wel om zicht te krijgen op een werkelijkheid die ruimer is dan het onrecht alleen en om oog te krijgen voor de gevolgen hiervan tot nu toe en misschien ook nog wel tot in de toekomst.

Exoneratie geeft ruimte aan de ernst van het gebeurde onrecht en moffelt dit niet weg onder excuses. De schuld wordt erkend, onderkend en blijft als feit bestaan, maar ze wordt niet langer meer aangerekend. De benadeelde partij eist niet langer meer compensatie en maakt zo zichzelf vrij in de relatie. Op die manier realiseert de persoon een stap in de eigen groei.

Eigenaar worden van de eigen geschiedenis

Een belangrijke motivatie om de moed op te pakken voor een dergelijk onderzoek zou kunnen liggen in het feit dat een mens hierdoor eigenaar wordt van zijn eigen geschiedenis, haar of zijn biografie. Bij een gezonde identiteitsontwikkeling wordt de persoonlijke geschiedenis tot een bezit, tot iets eigens. Niet jouw geschiedenis neemt bezit van jou, maar jij neemt jouw geschiedenis op je, als onderdeel van jouw unieke zijn. Hierdoor ontstaat een vrije ruimte – ruimte voor eigen handelen.

De hertaxatie van iemands unieke geschiedenis, en het onrecht dat daarin hem of haar is aangedaan, is een moeizaam proces. Het vraagt om het onder ogen zien van pijn én van verlies. De pijn en het besef dat sommige gebeurtenissen onherroepelijk zijn en onherstelbaar. Vaak gaat dit gepaard met (opgeschorte) rouw.  Zo’n innerlijke dialoog met de eigen biografie is niet altijd makkelijk, maar dikwijls wel heilzaam.

Svenja Flasspöhler: ‘Verzeihen’

Toen de filosofe Svenja Flasspöhler (1976) 14 jaar oud was, verdween haar moeder uit hun leven. Van het een op het ander moment verliet zij het gezin. Svenja werd met haar zus door hun stiefvader grootgebracht. Is verlaten worden door je moeder te vergeven? In haar boek ‘Verzeihen, vom Umgang mit Schuld’ doordenkt Flasspöhler dit vanuit verschillende filosofische invalshoeken (Arendt, Ricoeur, Levinas). Ze zet in met het woord verzeihen. Daarmee heeft de Duitse taal een eigen uniek woord om het proces te beschrijven waarin iemand tot eigenaar wordt van zijn unieke geschiedenis. Etymologisch gaat het bij verzeihen om het afzien van wraak. Wie ‘verzeiht’ beticht de ander niet langer voor zijn eigen leed, zint niet op wraak of  juridisch gelijk maar ‘lässt es gut sein’. Een prachtig Duits spreekwoord, dat zoiets zegt als: Je laat het, ten goede. Dit is wat exoneratie beoogt.

Svenja Flasspöhler begint bij het begrijpen van de omstandigheden en vraagt zich af wat nodig is om het inzicht te verwerven rondom het onrecht dat mij is overkomen. Ze begint bij Jacques Derrida, die zegt dat alleen het onvergeeflijke om vergeving schreeuwt. Erkenning van deze paradox kan een eerste (noodzakelijke) stap kan zijn in het proces van exoneratie.  Eigenaar worden van je unieke geschiedenis heeft mogelijk het besef van deze paradox nodig. Het blijft onvergefelijk, schuld is schuld.

‘Ik heb mijn moeder nooit openlijk gehaat. En toch bestond er, geworteld in mijn machteloosheid jegens haar, de diepe wens dat ze gestraft zou worden’, schrijft Flasspöhler. Dan vraagt haar halfzus waarom zij eigenlijk haar moeder wil zien. ‘Ik zeg dan: omdat ze op een dag doodgaat. Omdat ze mijn moeder is. Omdat ik me na haar dood niet wil verwijten dat ik  de tijd die ik nog met haar had kunnen doorbrengen heb verdaan. ‘Dus je verwacht nog iets van haar?’ vraagt mijn zusje. ‘Nee,’ antwoord ik. Ze kan me niet meer raken. Ik verwacht niets. Geen verklaring, geen excuus. ‘Dan heb je haar vergeven?’ Mijn zusje probeert de vraag losjes en terloops te laten klinken. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Vergeven. Een groot woord.’

En hoe dan verder?

Flasspöhler schrijft indringend over de ontdekking van een dagboek van haar moeder. Sinds haar geboorte schreef haar moeder een dagboek voor haar, tot aan het moment dat zij haar en de familie verliet. Dit is voor van grote betekenis. Met haar dagboek ontvangt haar moeder krediet van Flasspöhler en dit geeft haar de ruimte haar moeder als méér te zien dan de daad waarin ze haar dochter heeft verlaten. Bij alle pijn dringt het besef door dat een mens meer is dan haar of zijn daad. De moeder van Svenja Flasspöhler is méér dan de moeder die haar dochter zomaar in de steek liet… Relationeel-ethisch gezegd: we zijn in staat om met ‘een voorschot van vertrouwen’ weer opnieuw te gaan kijken, ook achteraf. Contextueel noemen we dit een hertaxatie.

Van ‘do ut des’ naar ‘do quia mihi datum est’

Flasspöhler zegt daarover dat het haar heeft geleerd om op een andere manier in het leven te staan. Niet vanuit het besef ‘voor wat hoort wat’, maar vanuit het feit van nieuwe levenskansen. Ik geef aan een ander omdat mij is gegeven, zeggen we in de contextuele begeleiding. Contextueel noemen we dit ‘constructief entitlement’: de zoektocht naar passend opnieuw verdienste of vertrouwen op te bouwen en waarmee je zelfwaarde groeit. Flasspöhler noemt dat het ‘geschenk van leven’.

En toch… verzeihen blijft een precaire balans

In een interview zegt Flasspöhler: ‘Hannah Arendt en Emmanuel Levinas spreken van een nieuwe geboorte. Er wordt een totaal nieuwe verhouding geschapen. Ik vind: dat klopt en dat klopt niet. Het klopt, omdat je echt op een nieuwe wijze samenkomt, maar het klopt niet omdat je niet kunt zeggen dat het verleden helemaal weg is. Het is niet meer verbonden met een verwijt, maar het kan altijd weer naar boven komen drijven. Bij mijn moeder en mij toont dat verleden zich vooral in de krampachtigheid waarmee we ‘normaal’ doen tegen elkaar. Het is nooit vanzelfsprekend.’

Verzeihen is dus geen actief vergeten, maar een actief terzijde leggen en pogingen ondernemen om opnieuw wegen te zoeken naar betrouwbaarheid in deze relatie. Veel geduld, hoop en een lange adem zijn in dat proces mooi meegenomen.


Annette Melzer, contextueel geschoold counselor en geestelijk verzorger .

Foto: Betty van Engelen

Reacties (1):

  1. Edmee Schepens

    22 maart 2020 at 17:58

    Geloof hoop & liefde zijn een fundamentele basis in dit soort processen. Dank U wel voor het delen van deze zeer inzichtelijke informatie.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *