bezinning, bezieling, beweging

Dagboek van een tuin – deel 1

Ik ben hier al een tijdje. Heel vroeger was ik een veenlandschap met grote vergezichten. Eeuwen oude plantenresten stapelden zich op in de natte, zompige bodem. Veranderingen gingen hier heel traag. We namen er goed de tijd voor. Daar zie je nu weinig meer van. Ik ben met jullie tijd meegegaan. Ergens, diep in mijn bodem, zijn er nog resten van mijn verleden te vinden. Daar waar je uit bent ontstaan, raak je nooit helemaal kwijt. Hoe lang dat geleden is? Dat kan wel duizenden jaren geleden zijn, dat wil zeggen, in de jaren die jullie tellen. In onze taal kennen we geen jaren en gaat alles in cirkels. Ik geloof dat jullie dat cycli noemen.  Alles komt en gaat, op enig moment. Daar heb ik geloof ik geen keus in. Zo ben ik en dat is mijn natuur.  

Alles komt en gaat, op enig moment

Zo’n 40 jaar geleden breidde het veendorp hier in de buurt uit en kwamen hier woningen te staan. Grote machines kwamen wit zand brengen. Dat maakte de bodem sterk, waardoor de huizen en wegen goed stevig zouden staan. Dat heeft mij ook een ander gezicht gegeven.

Op een klein stukje grond lig ik, een tuin van iemand die heel veel van mij houdt en alles van mij wil begrijpen. En nu in de lente, zie ik haar steeds meer. Soms op sokken, soms op laarzen en straks vast ook weer op blote voeten. Ze legde paadjes aan, die met keien zijn omrand. Ze weet het misschien niet, of wel, maar in de winter slapen daar slakjes onder en soms zelfs een salamander. Inmiddels kom ik met alle kracht die ik in me heb, na een donkere en rustende tijd, weer tot groei en tot bloei. De bodem, de diertjes, de lucht en het licht.

Het lengen van de dagen en het warmere water, ik ben gewekt!

Ik ben een herberg voor veel vliegende en dartelende wezens: mussen, hele families! Maar ook pimpelmeesjes, koolmeesjes, roodborstjes en merels. Ze weten maar al te goed dat hier vaak voer voor ze wordt neergelegd. Maar ze knoeien enorm! Daarom groeien er nu op de meest gekke plekken worteltjes… Maar ook daar is plek voor.  

Een stukje van mij is vijver. En je moest eens weten hoe rijk mij dat maakt. Water doet leven en oh wat doe ik dat graag! Libellen, kikkers, salamanders, schaatsenrijders, slakken. Maar ook de waterlelie en de gele dotterbloem. Die libellen hè, ken je dat verhaal? Ieder jaar weer komen er larven van de libelle tot ontpoppen. Die leven een paar jaar in het water als larve. En als ze er klaar voor zijn, klimmen ze via een steel van de gele plomp naar boven om te transformeren naar libelle. Wonderlijk toch?  Een wonder, zijn we.

Iedere dag zien we elkaar wel een paar keer. Dan plukt ze wat bloemen, of ruikt aan wat kruiden. Ze kijkt vooral. Ik denk dat dat haar gelukkig maakt. Dat denk ik. Een wonder, dat zijn we.   


Eveline de Kock is in het dagelijks leven landschapsarchitecte (Ruimte atelier). Ze bestudeert de geneeskracht van kruiden en geeft in Klooster Huissen een paar keer per jaar les in natuurtekenen.

Eveline werkte mee aan de verbetering van De kloostertuin. Door een paar interventies, is de tuin in zijn geheel verbeterd. Door de aanleg van een rondgang langs prachtige bomen en de oude kloostermuur, is nu de hele tuin goed te benutten. Langs dit pad komt men langs een aantal terrassen met fraai aangeplante borders. Perfecte plekken om alleen te zijn of om samen een mooi gesprek te hebben of een labyrint te leggen.

Lees hier deel 2 van ‘dagboek van een tuin

Lees hier meer over Eveline de Kock.

Reacties (1):

  1. Anne-Margot

    17 april 2020 at 08:13

    Lieve Eveline, wat een prachtige, verfijnde tekst. Dank je wel!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *