bezinning, bezieling, beweging

Burn-out, en dan…

Najaar 2003. Samen met een groepje gemeenteleden was ik een lang weekend te gast bij de Priorij Emmaus in Maarssen. Een bezinningsweekend georganiseerd vanuit de kerk waar ik destijds lid van was. Voor mij was het de eerste keer dat ik zoiets deed.Begin vijftig was ik. Ik had een drukke leidinggevende baan, met lange dagen die volgepropt waren met afspraken. Ik was vader van een gezin met drie opgroeiende kinderen en in mijn schaarse vrije tijd verbouwde ik een huis – ook dat nog. Het was me voor de wind gegaan. Jarenlang kon ik alles aan wat op mijn weg kwam, de energie stroomde voluit en ik was blij met mijn leven. Ik was gelukkig in mijn werk en met mijn gezin, trots op wat ik deed en wat ik allemaal al bereikt had.

Totdat er barstjes kwamen in de idylle: heel ongemerkt eerst, maar onmiskenbaar. Alweer een reorganisatie, de zoveelste. Opnieuw moesten er mensen uit, alweer moest ik de boodschapper zijn van het slechte nieuws. Wilde ik dit nog wel, kon ik hier nog wel achter staan? Geloofde ik er nog wel in de noodzaak van wat ik deed en kon ik mezelf daarbij nog recht in de ogen kijken? En dat huis: waarom had ik me al dat werk op de hals gehaald, voor wie of wat verbouwde ik dat huis nu eigenlijk? Voor mijn gezin? Voor mezelf? Wat wilde ik ermee bereiken of bewijzen?

Zo begon mijn leven gaandeweg vast te lopen. Leven werd overleven. Ik bemoedigde mezelf met de gedachte dat het tij wel weer te goede zou keren, het leven kent nu eenmaal ups en downs. Ogenschijnlijk was er ook niets aan de hand, niemand merkte iets van mijn worsteling. Voor de buitenwereld ging ik gewoon ‘vrolijk’ door, maar diep vanbinnen wist ik heel goed dat ik mezelf daarmee ernstig voor de gek hield.

Dit, wat ik nu voelde, ging veel dieper dan eerdere ervaringen. Dit ging over de essentie van mijn bestaan. Mijn hart wist het al, maar mijn hoofd was daar nog lang niet aan toe.

De dag voor we naar Maarssen vertrokken had ik mijn werkzaamheden overgedragen aan een collega die tijdelijk mijn functie zou waarnemen. Voor maximaal drie maanden, dat moest lang genoeg zijn. De bedrijfsarts had er al langer op aangedrongen: “Je hebt een burn-out, je moet er echt een tijdje tussenuit.” Maar ik was nog niet aan die waarheid toe. “Aangebrand, maar nog lang niet uitgebrand”, was mijn standaardantwoord. Totdat de waarheid onontkoombaar werd.

Drie maanden eruit. Tijd helemaal voor mezelf. Hoe ik die tijd zou invullen wist ik nog niet, maar het moest een ‘goede tijd’ voor mij worden, dat wist ik wel, en dit weekend in Maarssen had ik uitgekozen om dat moment in mijn leven te markeren. Een breuklijn, zo voelde het althans, zonder dat ik dit verder kon verklaren of invullen. Achteraf ik kan me weinig meer van Maarssen herinneren. Het was alsof alles in een deken van mist gehuld was. Moe, moe, eindeloos moe, en vervreemd van mijn omgeving en van mezelf. Wat we allemaal bespraken ging grotendeels langs me heen.

Het boekje Een leefregel voor beginners van Wil Derkse werd behandeld, een boekje over benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijkse leven. Ook kwam Psalm 1 in de vertaling van Martin Buber voorbij:

‘O Glück des Mannes.’ (tweede couplet)

Dir wird sein wie ein Baum,
an Wassergräben gepflanzt,
der zu seiner Zeit gibt seine Frucht,
und sein Laub welkt nicht:
was alles er tut, es gelingt.

Deze woorden raakten me intens, alsof er iets in mij ontwaakte. Dit ging helemaal over mij en de situatie waarin ik mij bevond! Der zu seiner Zeit gibt seine Frucht… Die op zijn tijd zijn vrucht voortbrengt.

Hoe anders was mijn werkelijkheid. Een leven bepaald door targets en deadlines, een werkelijkheid waarin anderen bepaalden welke vruchten ik op welk moment diende op te leveren! und sein Laub welkt nicht… En mijn ‘loof’, hoe staat het daar mee?

Was dit niet precies waar het over ging? was alles er tut, es gelingt… Hoe was ik niet vastgelopen in alles!

Eenmaal thuis gaf ik mijn ‘goede tijd’ vorm door mijn leven volgens een vast ‘benedictijns’ dagritme in te delen, met vaste tijden voor lezen en bezinning, wandelen, werken in de tuin en rust en ontspanning. Dit deed me zeer goed. Stilletjes, ongemerkt bijna, werkte die vraag naar de vrucht in me door: waarin ligt mijn betekenis, mijn bestemming? En meer nog de vraag wat mijn bronnen zijn waar ik uit put, waarin ik nu eigenlijk wortel.

Dir wird sein wie ein Baum, an Wassergräben gepflanzt…

Die vraag naar de bron was het begin van een spirituele zoektocht. Een ontdekkingstocht in mezelf naar wat de essentie is van mijn bestaan. Spannend vond ik het, het voelde als het afpellen van een ui: laag voor laag loslaten wat er niet (meer) toe doet, niet wetende wat eronder zit en of er überhaupt iets van waarde overblijft. Totdat ik bij de kern kwam, mijn diepste zelf. Gaandeweg diende zich de vraag aan hoe serieus ik mezelf daarin moest nemen en wat dit dan voor mijn verdere leven zou betekenen. Was het niet slechts een bevlieging, een hallucinatie die vanzelf wel weer zou verdwijnen? Ik was immers ziek. Maar het bleek onomkeerbaar.

Met de voortgang van de seizoenen herstelde ik. De herfst, het begin van mijn ‘goede tijd’, werd een tijd van loslaten en overgave. Daarna kwam de winter, een tijd van verstilling en innerlijk herstel. Met de komst van het voorjaar begon bij mij de energie ook weer te stromen en in de zomer, na zeven maanden rust, ben ik langzaam weer aan het werk gegaan.

Tijd om weer vrucht te dragen! Het oude werk weer oppakken en re-integreren. “Zo snel mogelijk zorgen dat je de oude weer bent.” Maar dat ging niet meer. De ‘oude’ had ik achter me gelaten en de ‘nieuwe’ kon zich niet meer met dit werk verbinden. Uiteindelijk ben ik mijn eigen spoor gaan volgen en heel andere dingen gaan doen.

Was alles er tut, es gelingt… De dichter van psalm 1 is hier wel heel optimistisch: alles wat hij doet gelukt!

Het werkelijke leven bleek voor mij toch weerbarstiger, lang niet alles wat ik ondernomen heb ging goed. Soms verloor ik mij toch weer in zaken die er niet echt toe deden, focuste ik me op de verkeerde vruchten, waardoor de bron dreigde op te drogen. Het blijft tenslotte toch mensenwerk, een tastend zoeken en gaandeweg ontdekken. Maar de woorden van de psalm bleven steeds een baken om het goede spoor weer terug te vinden.

O Glück des Mannes… Heeft het me gelukkig gemaakt? Geluk is een enigszins besmet woord geworden in onze maatschappij, waarin geluk het hoogste doel lijkt te zijn. Gezegend voel ik me wel, zeker als ik me probeer in te denken hoe mijn leven zou zijn gelopen zonder mijn burn-out en zonder die wake-up call in Maarssen. Gezegend door wie of wat? Daar kan ik geen antwoord op geven, de woorden en beelden van vroeger volstaan niet meer. Maar daar valt goed mee te leven.


Henk van Reeven heeft als coach ruime ervaring met het begeleiden van mensen die op zoek zijn naar verdieping en zingeving in hun (werkzame) leven. Hij werkt bij voorkeur met creatieve werkvormen. Vrijdag 23 november t/m zondag 25 november 2018 begeleidt hij samen met Will van den Brand  en Theo Menting het weekend ⇒ Opnieuw in balans Soms heb je het gevoel dat je werk, je gezin, je omgeving, meer van je verwachten dan je kunt bieden; de balans tussen geven en ontvangen is verstoord. Deze retraite kan je helpen een nieuwe balans te vinden. 

Reacties (2):

  1. Irene

    13 oktober 2018 at 20:13

    Wauw, wat een prachtige blog!
    Feest der herkenning.

    Beantwoorden
  2. Manouk

    30 oktober 2018 at 23:25

    Wat een herkenning inderdaad. Vooral het stukje over de seizoenen vond ik erg mooi.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *