bezinning, bezieling, beweging

Waar is het lied?

DIEP VAN MIJZELF…

Diep van mijzelf en van mijn zang vervreemd
hoor ik in twijfel niets dan toon na toon,
ontken de wijs, de oude diep beminde melodie,
ontken ik al wat naar verbinding zweemt,
ontdek ik in de grootste eenheid hoon.
Afzonderlijk, vervreemd, is alles wat ik zie.

Eén boom bespiedde ik, haast de ganse dag,
het regende gestaag en blad na blad
neeg naar beneden als een druppel woog
en drupte en rees zacht omhoog…
Zo regende het van blad op blad,
zo regende het de ganse dag.

Het regent en ik neig en rijs
met kleine wanhoop in het grijs
gemoed. Ik ben zo ziek…
Waar bleef de hemelse muziek,
de eenheid in het aardse zingen.
Ik hoor alleen, dat alles lijdt,
ziek van de veelheid van de dingen,
van hun volstrekte eenzaamheid.

De dichteres M. Vasalis schreef in haar bundel ‘De vogel Phoenix’ een indringende tekst die mij trof toen ik nadacht over het thema van winterlicht dat de grondtoon vormt van deze aflevering.

Hier is een mens aan het woord die vervreemd is geraakt van de levensmelodie in zijn of haar leven. Die wordt niet meer gehoord of gevoeld. Het enige wat overgebleven is, zijn de noten en dat zijn alleen maar bestanddelen van een melodie. Je zou het kunnen vergelijken met noten op een muziekblad die niets betekenen tenzij ze tot klinken worden gebracht in het lied. Maar als het lied, de wijs, de oude, diep beminde melodie die de verbinding tussen de noten vormt, ontbreekt of ontkend wordt, blijft er niet veel meer over. Er ontstaat een farce zonder eenheid, erger nog: die noten verbeelden een soort afkeuring, een hoon. Alles is gefragmenteerd, vervreemd, is niet meer wat het is.

Ontbrekende samenhang

De onder woorden gebrachte ervaring is, denk ik, voor veel mensen herkenbaar. Je hebt het gevoel dat er – om welke reden dan ook – samenhang in je leven ontbreekt, en dat je leven als het ware in fragmenten uiteenvalt. Je voelt geen verbinding meer met de binnenkant van je leven. Dat kan ons overkomen als we een tragische ervaring meemaken, opeens in een donker gat vallen en onze vanzelfsprekendheden niet meer dan loze woorden lijken. Mensen die plotseling beroofd worden van hun levensgezel of van de een op de andere dag geen werk meer hebben. Het kan mensen treffen die in een depressie raken door een groot verlies in hun leven of omdat hun gelovig vertrouwen als sneeuw voor de zon verdwenen is. Zij voelen zich afgezonderd van het leven en aan hun eigen lot overgelaten. Mensen die aan zo’n ervaring ten prooi vallen, kunnen in afzondering raken, in een isolement terecht komen en het leven als een triest gegeven ervaren. Het is de kilte van een invallende winter die hen ijskoud en verdrietig maakt.

Het ritme van isolement en samenhang

In de voortgang van het gedicht gebeurt dit ten dele, want er is één boom die de aandacht trekt. De natuur huilt, het regent, maar de blik van de mens waarover sprake is, valt op de beweging van de bladeren: de regendruppels drukken ze omlaag en doen ze buigen, dan druppen ze van de bladeren af, zodat deze weer overeind komen. Een heel subtiel beeld dat toch enig licht brengt in de toeschouwer. Hij kijkt en gaat als het ware meebewegen met de bladeren die neigen en weer oprijzen; het is alsof de wanhoop kleiner wordt en er opnieuw een verlangen naar de levensmelodie – de hemelse muziek heet het in het gedicht – kan ontwaken.

Dat verlangen heeft te maken met het overstijgen van het in stukken uiteengevallen lied – alleen maar de noten – en het je bewust worden van de eenheid en samenhang die er toch moet zijn, ook al hoor je alleen nog maar de veelheid van de dingen in hun volstrekte eenzaamheid.

Er wordt ons mensen alleen maar enig licht geschonken in tijden of momenten van vervreemding en afzondering, als wij het aandurven om naar buiten te kijken, onze ogen te openen voor wat ons omringt. Soms kan dat de natuur zijn, maar evenzeer mensen en gebeurtenissen die ons wegroepen uit de eenzaamheid. Juist als het leven ons tegen zit, kan het zo voor de hand liggen om je op te sluiten en je af te keren van alles om je heen. Je verliest dan het contact met de werkelijkheid om je heen; ik vermoed dat wij heel goed weten dat dit een heilloze weg is.

Durf het risico te nemen om je te openen voor de mensen en de dingen om je heen: je zult verrast worden door wat er dan met je gebeurt!

Het zal erop aankomen om ons te openen voor mensen en dingen om ons heen waardoor wij anders gaan kijken en ons laten verrassen door wat er om ons heen gebeurt. Het kan een kind zijn dat spontaan een beroep op ons doet, een vraag die ons door een ander gesteld wordt, in elk geval al die kleine uitnodigingen die ons bereiken en het oude verlangen naar heelheid weer in ons wakker maken. Wat een zegen als je ook die momenten in je leven kunt ervaren!


Henk Jongerius o.p., is dominicaan, auteur en begeleider van retraites, waaronder de vrijdagretraite en de retraite over leiderschap. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *