bezinning, bezieling, beweging

Oosterhuis

Jij die mij ik maakt

Lied van de stem

Stem als een zee van mensen
om mij, door mij heen.
Stem van die drenkeling,

Winterlicht

Staan in winterlicht twee bomen
stram gelaten kaal wanhopig
Horen zij de storm aankomen
sluit de één zijn oren, ogen
wordt een zwaluw in zijn dromen
Grijpt de ander met zijn wortels
in nog onderaardser donker
Naar nog dieper waterstromen

Op mijn levenslange reizen

Op mijn levenslange reizen – twijfel donker achtervolgt mij, liefde blind holt voor mij uit — zing ik op steeds andere wijzen over wie ik niet kan spreken, zing ik: ‘Ooit mijn hart te breken, ooit mijn hart voor jou te breken’.