bezinning, bezieling, beweging

M’n ziel zit zo verschrikkelijk binnenin…

Er volgde een tamelijk lange stilte, nadat ze wat ongemakkelijk op de voor haar bestemde stoel had plaatsgenomen. Haar vingers beroerden een klein, afgebeten stuk potlood en deed een poging wat lijnen op een gekreukeld stukje papier te tekenen. De stilte trok zich van ons beiden weinig aan en deed wat er van haar gevraagd werd tot het moment dat haar mond gesnoerd werd

‘Ik weet eigenlijk niet waarom ik hier ben’.
‘Ik ook niet. Maar je bent er. En dat is goed.’
‘Denk je?’
‘Ja, ik denk van wel.’
Opnieuw greep de stilte haar kans. Maar niet voor lang:
‘Het lukt me gewoonweg niet’.
‘Wat niet?’
‘Vind je dat ik zeur?’
‘Wat lukt niet?’

De stilte die zich nu aandiende was anders. Haar blik ernstiger en ze zocht – minder onrustig – naar de juiste woorden.

‘Het lukt me niet om de grote lijnen te zien. Er is te veel in mijn hoofd. Te veel zijwegen, te veel onderwerpen die niet of nauwelijks aan bod komen, maar wel van zich laten horen. Zeg maar….
‘Chaos?’
‘Nee, zo zou ik het niet willen noemen. Eerder mist. Of een vitrinekast die ik niet open kan maken. Ik kan er niet bij. Dat zit me dwars.’
‘Durf je de vitrinekast open te maken?’
‘Jawel. Durven gaat wel. Maar ik heb er geen zin in. Al dat gegraaf. Ik kom er niet bij. M’n ziel zit zo verschrikkelijk binnenin. Zou het aan de winter liggen?’
‘Dat weet ik niet. Dat kan. Waarom de winter?’
‘Nou ja, je hoort weleens van die winterdipjes of zoiets. Heb ik een depressie, denk je?’
‘Ik ben geen psycholoog. Dat kan ik niet beoordelen.

Maar, om in jouw beeldspraak te blijven, je kan wel iets met die winter.’
‘Denk je?’
‘Ja, dat denk ik. In de winter ligt alles een beetje stil. Het is saai, doods, er bloeit weinig tot niets zeg maar. Er klinkt een grondtoon van ‘laat me nou maar even; laat me maar even los. Vraag niet te veel van me. Straks komt het wel weer. Dan bloeit er wel weer iets op.’
‘Dus eigenlijk……. eigenlijk moet ik het gewoon laten rusten?’
‘Bijvoorbeeld. Tegen jezelf zeggen: ik laat die vitrinekast maar even dicht. Die onderwerpen komen nog wel een keer aan bod. De mist trekt wel op.’
‘Ja. Da’s waar. Ik ben een zeur he?’
‘Nee, je zeurt niet. Het is ook niet zo gemakkelijk als je ziel zo verschrikkelijk van binnen zit.’
‘Nee. Dat is niet gemakkelijk…….
dankjewel voor dit gesprek….’
‘Het ga je goed. Ik wens je een mooie winter.’
‘Jij ook’.

 


Theo Menting, lekendominicaan en theoloog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *