bezinning, bezieling, beweging

Bezinnen met borrelnootjes

Met een bonzend hart in mijn keel fiets ik deze vrijdag van mijn woonplaats Arnhem naar het Dominicanenklooster in Huissen. Ik verwacht de komende dagen weinig beweging, dus trap ik nog een keer zo hard mogelijk. Wielrennen is mijn religie: een uitlaatklep in moeilijke tijden. Mijn hart bonst ook omdat ik zenuwachtig ben. Wat staat mij te wachten? Hou ik het wel vol? Krijg ik problemen met mijn niet-christelijke opvattingen?

Tien jaar geleden speelde ik Jozef tijdens een kerstviering op school. Een kerkdienst heb ik nooit bijgewoond. Toch ga ik niet losgezongen door het leven. Ik luister klassieke muziek en lees over filosofie. Van God los, wellicht, maar open voor nieuwe ontdekkingen.

Ik wandel een donkere gang in. In de verte doorbreekt een vrouwenkoor de stilte. In de oude bibliotheek ontmoet ik de begeleider van de retraite, Laurence. Alles is goed, straalt hij uit. Ik voeg me – als enige jongere – tussen de andere deelnemers van de retraite, dat letterlijk ‘afzondering’ betekent.

„Wat heb jij nodig?”, vraagt hij zacht. De vraag overvalt me, maar mijn antwoord is helder. Ondanks mijn filosofische kennis lukt het niet altijd om het hoofd boven water te houden: ik kan me opgejaagd voelen door een gestreste samenleving. Mogelijk helpen de meditaties en tijd voor mezelf.

Op mijn kamer liggen het Nieuwe Testament en een psalmenboek klaar. Tijd om ze te lezen heb ik niet: een wierooklucht trekt de aandacht. Ik loop de Binnenkamer in en plof neer naast een schaal kaarsen. Het is tijd voor een sessie mindfulness. „Je bent geen gevoel, je hebt een gevoel. Je bent geen emotie, je hebt een emotie”, vertelt Laurence. „Door de meditatie ontstaat een ruimte tussen jou en je gedachten.” Dat lukt me nog niet, ik voel vooral rugpijn. Langzaam zak ik echter weg in een roes, met een rustgevende ademhaling.

Mijn zorgen ebben weg. Geluiden verstommen. Mijn tijdsbesef vervaagt. Naar mijn gevoel verstrijken twintig minuten, maar als ik de zaal uitloop is het drie kwartier later. Ik doe een middagdutje op mijn kamer en voel me net zo ontspannen als tijdens het sporten. Mijn lichaam lijkt een eigen ritme te vinden, constateer ik opgelucht.

Het klinkt verleidelijk om vier dagen in bed te gaan liggen. In principe mag dat ook, ik besluit echter om me volledig onder te dompelen in het kloosterleven. Zo woon ik in de ochtend de lauden en in de avond de vespers bij. De dertien paters staan dan stil bij de dag. Ik geniet van de melodieën van psalmen en lofzangen die de kloosterlingen zingen, maar word niet geraakt door de teksten. Toch woon ik alle diensten bij, een gezamenlijk moment biedt tegenwicht aan de uren alleen hier.

De avonddienst van vrijdag is een van de hoogtepunten. Ter ere van de eucharistie delen de paters hosties en wijn, het lichaam en bloed van Christus, met de gasten. Ongelovigen mogen daar normaal niet aan meedoen, maar de Dominicanen zijn vrijgevig. Ik raak ontroerd als ze mij de hand schudden en de vrede toewensen. Het klinkt oprecht en ik krijg er kippenvel van. Na de dienst wandel ik door de kloostertuin, lees in boeken en schrijf alle bevindingen op. Om half tien val ik voldaan in slaap.

De Dominicanen hebben een eigenzinnige humor. Ze noemen het internet ‘een lijntje naar boven’. De koelkast met wijn en bier wordt dagelijks aangevuld – aards genot is geen taboe. Als ik wil zwemmen, mag ik Huissen binnenwandelen om een zwembroek te kopen. Alles mag, niets moet. De vier dagen zijn lang niet zo serieus en sober als ik vooraf vreesde.

De zaterdagavond is het toppunt van deze vrijheid. Onderuitgezakt, met borrelnootjes en een pils in de hand, bekijk ik samen met Laurence de cultklassieker Cool Hand Luke in de bibliotheek. Waar ooit paters hebben gestudeerd op Bijbelteksten, leeg ik nu mijn hoofd met entertainment. Op deze manier kan ik nog weken in retraite.

Er zijn meer verrassingen. Na een klankschalensessie voel ik mij licht gedrogeerd. Koperen schalen trillen op mijn borst, buik en aan de voeten. De armen en benen voelen warm en zwaar. Ik grijns en mijn hoofd draait rondjes, alsof ik stoned ben. Dat ik dit mag ervaren, had ik nooit durven dromen. Hier geen dogma van een absoluut overheersende religie, maar een smakelijke cocktail van boeddhisme en christendom.

De paters maken zo nu en dan een praatje met me. Ze wensen me het beste toe en willen me niet bekeren. Het klooster noemen ze ‘een open huis voor mensen die rust en innerlijke vrijheid zoeken.’ De zoektocht heeft mij niet naar God geleid, maar ik voel me vrolijker, kalm en tevreden. Het zijn de kleine dingen die daarvoor zorgen. Doodgewoon in een stoel zitten en je gedachten laten varen, werkt bevrijdend.

De retraite is niet enkel plezierig. Als ik na de eucharistieviering van zondag de kerk verlaat, flitst een peloton wielrenners over de dijk. Het steekt. Nu mijn hoofd rustig is, lijkt mijn lichaam iets anders te willen: sporten.

De vier dagen zijn precies lang genoeg en ik had ze niet willen missen. De duik in een religieuze wereld bracht mij zeeën van rust. Ik sluit een volgend bezoek dan ook niet uit. Nu, met een leeg hoofd, is het tijd voor mijn ware levensovertuiging: de fiets!

Amen!

Volledige stilte. Geen contact met de buitenwereld, wel met God. Dat beeld had verslaggever Jesse Reith van een retraite. In het klooster in Huissen bleek niets minder waar.

Auteur: Jesse Reith.
Deze tekst is eerder verschenen in dagblad De Gelderlander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *